In de loop van de jaren zijn op de Facebookpagina van de Oldehove diverse informatieve/historische artikelen over de Oldehove verschenen. De bijbehorende foto's ziet U onder deze pagina.

1.   "Over 8 stuivers, 10 stuivers en chagrijn"

2.   "Knielen en bidden bij de ingang van de Oldehove"

3.   "Standbeeld Pieter Jelles Troelstra te ruig"

4.   "De Oldehove, een macabere ontmoeting met de dood"

5.   "Tekens aan de wand"

6.   "Het jaar 1599........"

7.   "De Oldehove in de Tweede Wereldoorlog"

8.   "Burgemeester en wethouders gratis naar boven"

9.    Oldehove op een postzegel

10.   Oldehove bezet.......

11.  "1933, na 400 jaar toch nog een kerk bij de Oldehove..?"

12.  Jacob van Aaken werkte op het randje.....

13.  Urbanuskerk Amstelveen, Prinsjesdag en de Oldehove, één naam komt steeds weer terug!

 

=====

"Over 8 stuivers, 10 stuivers en chagrijn........"

Het is bijna 28 mei, een zeer belangrijke dag in de geschiedenis van de Oldehove.
We gaan terug naar 28 mei 1529: In het stedelijk raadhuis wordt het contract voor de bouw van een nieuwe toren getekend. Aanwezig zijn onder meer (gemeente)secretaris Wilcko Folkerts en bouwmeester Jacob van Aaken.
Van Aaken kreeg de opdracht om een nieuwe toren en een nieuwe kerk op de "Olda Hoff" te bouwen. Hij werd voor zes jaar aangenomen. In 1535 (zes jaar later) zou Leeuwarden 100 jaar stadsrechten hebben en zou het niet mooi zijn als dan de nieuwe kerk klaar zou zijn?
Van Aaken ontving voor elke werkdag acht stuivers. Ook kreeg hij een huis en elk jaar een nieuw pak. So far, so good. Drie jaar later echter was Van Aaken een getergd en teleurgesteld man. De toren was verzakt en nauwelijks meer te redden. Van Aaken kon dit niet verwerken en overleed aan 'chagrijn', door sommigen uitgelegd als zelfmoord.
De opvolger van Van Aaken werd Cornelis Frederiks, die tien stuivers per werkdag zou verdienen. Ook hij echter wist de opdracht (een toren van ruim 120 meter) niet succesvol af te ronden.
28 mei: de verjaardag van de Oldehove.

(op foto 1 is een kopie van het bouwcontract van 28 mei 1529 te zien)

=====

"Knielen en bidden bij de ingang van de Oldehove"

Momenteel zijn er bij de Oldehove zo'n twintig torenwachters aktief.
Zij treden daarmee in het voetspoor van het echtpaar Visser (Anton en Baudina) dat in 1931 het beheer van de toren had overgenomen van wachter Veelders.
In de crisisjaren zocht dit echtpaar een andere woning, vond deze aan de Boterhoek en toen pas werd duidelijk dat aan de woning het beheer van de toren vast zat. Tja, zo ging dat toen....
Met name in de jaren direct na de oorlog had het echtpaar het druk, zo kwamen er alleen al in het jaar 1948 12.000 bezoekers naar de toren.
Was de komst van het echtpaar verbonden aan het woonhuis, zo ook het vertrek uit de toren. Want toen het gebouw van de Provinciale Bibliotheek (nu Tresoar) werd gebouwd, moest het huisje van Anton en Boudina wijken. Per 1 juli 1964 werd dan ook de huur opgezegd en verhuisde het echtpaar naar de rand van de stad. En daarmee was ook de animo om torenwachter te zijn geheel en al verdwenen. De toren ging dicht en bleef dicht, heel lang.
Pas tien jaar later (30 april 1975) ging de toren weer open: een nieuwe torenwachter Piet Kuipers trad aan. Hij telde op de eerste dag maar liefst 780 bezoekers.
Ook toen al kwamen de gasten uit alle hoeken van de wereld: opvallend was de Japanse familie die bij binnenkomst in de toren eerbiedig knielde en een gebed begon.
Piet Kuipers keek stomverbaasd toe....

(op foto 2 is Baudina Visser te zien in 1964)

=====

"Standbeeld Pieter Jelles Troelstra te ruig"

Tegenwoordig staat het aan de zuidkant van de Oldehove, maar ooit stond het aan de noordkant ervan: het beeld van Pieter Jelles Troelstra (1860-1930).
Het beeld werd in aanwezigheid van voormalig-premier Willem Drees door de kleindochter van Troelstra, Veronica Bay onthuld op 6 oktober 1962.
Op het beeld staat nog steeds beschreven hoe wij ons Troelstra herinneren, als een "dichter, strider en steatsman, trou soan fan us folk, sjonger fan us liet en strider foar us rjocht"

Het beeld is gemaakt door de stadsbeeldhouwer van Amsterdam Hildo Krop.
Overigens was niet iedereen gelukkig met het resultaat. Velen vonden het beeld ‘te ruig’, hoewel de weduwe van Troelstra de uitdrukking juist heel goed getroffen vond.

Foto 3 laat de onthulling zien.

=====

"De Oldehove, een macabere ontmoeting met de dood"

De dood is geen prettig onderwerp en het is misschien wel daarom dat de torenwachters er niet vaak over praten maar toch: de Oldehove heeft 'iets' met de dood.
We gaan terug naar 1613. Naast de toren wordt een klein gebouwtje geplaatst. Niet iedereen heeft direct door dat die aanbouw een zeer opvallende bestemming gaat krijgen. Het gaat namelijk dienen als opslagplaats van ....... menselijke botten.
Dit knekelhuisje ("de benekouw") raakt op een gegeven moment zo vol dat de botten boven de muren uitsteken. Voor de nietsvermoedende passanten is dat een onverwachte en macabere ontmoeting met de dood.

Maar er is meer: De Oldehove werd in die tijd ook gebruikt om lijken in op te slaan. Dit gebeurde bij strenge vorst, wanneer de grond (het kerkhof) te hard was om te graven.

De Oldehove en de dood, een nauwelijks meer voor te stellen combinatie.

Op de tekening (foto 4) de Oldehove met links 'de benekouw'.
De tekening is van de hand van J. Stellingwerf.

=====

"Tekens aan de wand"

Wie de zandstenen treden van de Oldehove bewandelt op weg naar het mooie uitzicht, kan onderweg tekens aan de muur ( foto 5) zien, die nogal geheimzinnig lijken. Wat zijn dat voor tekens en wat betekenen ze?
Het zijn tekens die bij de bouw (begonnen in 1529) zijn aangebracht door de steenhouwers. Zo konden ze aangeven hoeveel stukken steen ze hadden aangeleverd.
In latere tijden werden de tekens ook gezien als eretekens, te vergelijken met de wijze waarop schilders hun werk signeerden.
Waarschijnlijk hebben er in totaal zo'n 34 steenhouwers gewerkt aan de Oldehove.

=====

"Het jaar 1599........"

De Oldehove mag dan gebouwd zijn in 1529: dat jaartal zullen we echter bij de ingang niet vermeld zien staan. Wel staat daar het jaartal 1599..... precies zeventig jaar later.
Hoe stond de toren er toen voor? Wel, eigenlijk niet zo geweldig.
Bijna niets meer herinnerde aan de oorspronkelijke kerkelijke functie van de toren, die ondertussen steeds vaker Oldehove werd genoemd.
De toren zag er toen iets anders uit: je kon zonder problemen onder de toren doorlopen van west naar oost en omgekeerd, net als in de Dom in Utrecht.
Omdat er steeds meer getwijfeld werd aan de bouwkundige staat van de toren, besloot het gemeentebestuur in 1599 om de twee toegangspoorten van de toren helemaal dicht te metselen. Daarvoor in de plaats kwam een kleine ingang aan de oostzijde en die zit er nog steeds. En boven die ingang daar staat vermeld, al is het wat moeilijk te lezen..... 1599. (zie foto 6)

=====

"De Oldehove in de Tweede Wereldoorlog"

Deze dagen herdenken wij met elkaar de Tweede Wereldoorlog.
Welke rol speelde de Oldehove eigenlijk in de jaren 1940-1945?
Een niet onbelangrijke! De Duitse bezetters namen de toren namelijk al in het begin van de oorlog in gebruik als uitkijktoren. Soldaten tuurden vanaf de toren naar geallieerde vliegtuigen en gaven de informatie door aan het vliegveld.

Leeuwarden had sinds 1938 een burgervliegveld. Op bevel van de bezetter werd dit vliegveld in 1940 omgezet in een militair vliegveld met de naam De Fliegerhorst. Voor de aanleg werd onder meer puin gebruikt dat was verkregen door het bombardement op Rotterdam.

Overigens hadden de dienstdoende militairen het op de toren uitstekend naar het zin. Ze zonnebaadden en luierden vaak, want niemand kon hen daar zien.
De Torenstraat nabij de toren was trouwens verboden terrein voor de soldaten: daar werkten namelijk de prostituees.......

Uiteraard kregen de Duitsers al gauw interesse voor de (drie) klokken. De bezetter had grote behoefte aan metaal voor wapentuig en munitie en eiste vanaf 1943 dan ook dat kerkklokken moesten worden ingeleverd. Monumentenbeschermers wisten te bedingen dat de klokken mochten blijven hangen. Ze schilderen een grote M op de klokken (nog steeds te zien) en zo zijn deze waarschijnlijk gered, althans volgens sommige bronnen. Ambtenaren vertelden na de oorlog echter dat de Duitsers de klokken toch hebben gevorderd. Het gemeentebestuur zou daarop hebben gereageerd met de mededeling dat het weghalen van de klokken zou leiden tot het instorten van de toren. Tegen dat argument kon zelfs de bezetter niet op.

Vlak voor de bevrijding luidde de Oldehove minutenlang 'groot alarm'. Het was een waarschuwing aan alle Leeuwarders om een veilige plaats te zoeken. Het bleek (gelukkig) niet nodig te zijn.
Toen Leeuwarden was bevrijd werden enkele landverraders naar de Oldehove gebracht. Hun taak was om urenlang de klokken te luiden, als teken van de algehele feestvreugde: Leeuwarden was bevrijd!

(Op foto 7 is de Oldehove in oorlogstijd te zien: de foto is gemaakt door A. Hustinx)

=====

"Burgemeester en wethouders gratis naar boven"

Een opvallend iets in de toren is de lift, die tot grote teleurstelling van vele bezoekers niet verder gaat dan de eerste verdieping.
Dat was wel even anders bij de eerste lift ('jawel, er was ooit een andere lift').
De Leeuwarder wijnhandelaar Hendrik Gorter diende in 1913 met succes een verzoek in om een lift te mogen bouwen. Kosten 5000 gulden.
De gemeenteraad ging akkoord onder voorwaarde dat ..... burgemeester en wethouders gratis van de lift gebruik mochten maken.
De lift, die in september 1916 geopend werd, ging in 40 seconden naar een hoogte van 26 meter: bezoekers moesten daarna dus nog ruim 14 meter (44 treden) klimmen om op het dak te komen.
De lift werd een groot succes: waren er in 1912 'slechts' 1473 bezoekers, in de eerste 'jaren-met-lift' steeg dat tot 14.198 in 1918.
In 1953 ging het mis: de lift begaf het en bleek onherstelbaar. Een nieuwe lift zou 90.000 gulden kosten en dat geld was er niet.
Het werd weer echt klimmen voor de vele bezoekers en dat bleef zo tot in de 21e eeuw.

Foto 8 toont een reclame-uiting over onder meer de lift.

=====

Oldehove op een postzegel

In juni het precies acht jaar geleden dat onze Oldehove op een nederlandse postzegel (zie foto 9) verscheen.
Op 22 juni 2010 verscheen een blok van 5 zegels (à 44 eurocent).
De uitgifte van dit blok paste in een serie van vijf blokken die in 2010 verschenen van respectievelijk Haarlem, Middelburg, Arnhem, Maastricht en dus Leeuwarden.
Deze Leeuwarden-zegel was op één na de allerlaatste zegel waarop de waarde in eurocenten stond vermeld. Per 1 juli 2010 ging het postbedrijf over in het melden van een waardecijfer (meestal 1).
Van het Leeuwarden-blok zijn in totaal 92.500 verkocht.

=====

Oldehove bezet.......

In het najaar van 1980 werd de Oldehove drie uur lang bezet door Onkruit, een organisatie die zich tussen 1974 en 1986 in woord en daad verzette tegen de dienstplicht. De betogers protesteerden met de korte bezetting tegen het gevangen houden van dienstweigeraars.
De dienstdoende torenwachter werd door de actievoerders naar buiten gelokt, waarna de betogers naar boven klommen om daar hun boodschap uit te dragen (foto 10).

=====

"1933, na 400 jaar toch nog een kerk bij de Oldehove..?"

Het jaar 1933 was het jaar van de grote verandering van het Oldehoofsterkerkhof: de omgeving van de Oldehove veranderde volkomen.

De laatste resten van de grote, oude begraafplaats werden verwijderd, de duizenden beenderen kregen een nieuwe rustplek op de Algemene Begraafplaats aan de Spanjaardslaan en de grafzerk van Tiete van Cammingha en Trijn van Hottinga verhuisde naar de Oldehove, waar hij nog steeds ligt.
(zie ook: https://www.oldehove.eu/grafsteen-van-cammingha)

Het plein veranderde ondertussen in een druk stadsplein, dat gebruikt zou gaan worden als bodenterrein voor vrachtrijders en pakketbezorgers.
In ditzelfde jaar stelde de Rooms Katholieke Kerk voor om aan de rand van het plein een nieuwe kerk te bouwen. Daarmee zou de Oldehove na exact 400 jaar alsnog een godshuis krijgen. De gemeente hield dit plan echter tegen. De teleurgestelde katholieken gingen toen aan de slag bij de Harlingerstraatweg en daar verscheen de huidige Sint-Dominicuskerk.

Op foto 11 de aanleg van het bodeterrein in 1933.

=====

Jacob van Aaken werkte op het randje.....

Een veelgestelde vraag bij het zien van de scheve toren is hoe het zit met de fundering.
Laten we beginnen met vast te stellen dat bouwmeester Jacob van Aaken het zichzelf niet makkelijk maakte in 1529. Er werd namelijk niet gekozen voor een makkelijke locatie, bijvoorbeeld midden op een terp, maar nee, het moest en zou gebeuren op de schuin aflopende zijde aan de westkant van de terp.
Er werd een kuil gegraven van 1,15 meter diepte. Hierin kwamen elf lagen van afwisselende harde kalk en klei. Om extra stevigheid aan de toren te geven, kwam er een opvallend brede voet met acht naar buiten stekende steunberen.
Helaas was deze 'fundering' niet voldoende om alleen al het zeer ambitieuze trappenhuis, gebouwd van zware (uitgehouwen) blokken Bentheimer zandsteen, voldoende te ondersteunen. De gevolgen daarvan kunnen we nog steeds dagelijks zien.

Stel je nu eens voor dat wel gekozen was voor een iets andere locatie?

(op de tekening nr 12: De Oldehove in 1550)

=====

Urbanuskerk Amstelveen, Prinsjesdag en de Oldehove, één naam komt steeds weer terug!  

Afgelopen weekend woedde er een grote brand in de Urbanuskerk in Amstelveen, deze week ook was het Prinsjesdag. De Oldehove ontving zijn 50.000-bezoek. Wie speelde zowel in Amstelveen, in Den Haag en bij de Oldehove ooit een belangrijke rol? Het antwoord: Pierre Cuypers (1827-1921), één van de bekendste nederlandse architekten.

Om in Amstelveen te beginnen: tussen 1875 en 1888 bouwde hij daar de indrukwekkende Urbanuskerk. Deze kerk werd op 15 september 2018 door een hevige brand verwoest, een dag voor de heropening.

Dan Prinsjesdag. Pierre Cuypers ontwierp in 1904 de troon waarop jaarlijks de troonrede wordt uitgesproken, zoals afgelopen dinsdag op Prinsjesdag.

En dan de Oldehove:

De meeste bezoekers lopen zomaar over hem heen: Pierre Cuypers, wiens naam vereeuwigd is in de vloer van de Oldehove (zie foto 13). Waarom vermeldt de toren de naam van de man die het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam bouwde en Leeuwarden de Bonifatiustoren "gaf", waarom staat zijn naam in de Oldehove? Wel, het verhaal begint rondom 1900: het ging niet goed met de Oldehove. De Leeuwarder Courant mopperde een beetje en schreef over de toren: "De reus begint er oud en vervallen uit te zien..."

Renovatie was nodig en daarmee ook geld, geld dat de gemeente niet had. De rijksoverheid wilde wel helpen en bood aan de helft van de renovatie (uiteindelijk fl. 15.000,-) te  betalen.Maar daar stond tegenover dat het rijk wel toezicht wilde houden op de renovatie en u raadt het al: wie werd de rijkstoezichthouder, jawel, Pierre Cuypers. Mede dankzij hem verliep de renovatie (1910-1911) naar wens en zag de reus er weer een stuk beter uit. De Leeuwarder Courant kon tevreden zijn.......

 

 

Terug naar "de Oldehove"                                Terug naar "Home" 

 

Fotogalerij

  • Oldehove postzegel

SHARE THIS PAGE